De Bekroningen op het werk van Bob Mendes


De Diamanten Kogel Antwerpen Donderdag 14 oktober 2004

Misdaad loont




De jury van De Diamanten Kogel 2004 ( Henri-Floris Jespers, Kris Kenis, Danny de Laet, Jan Lampo en Geert Swaenepoel) kreeg 63 ingezonden boeken te lezen. Na zeven vergaderingen werden zes titels genomineerd.
  • Verminkt van Patrick de Bruyn (1955)
  • Strafschop van Bavo Dhooge (1973),
  • Het Sahara raadsel van Aad van den Heuvel (1935)
  • Afgrond van Corine Kisling
  • Medeschuldig van Bob Mendes
  • Groene vrijdag van Elvin Post (1973)



Medeschuldig is een zeer degelijke thriller naar Amerikaans model. Bob Mendes (1928) ontwikkelt volgens zijn intussen vertrouwde recept een spannend en vlot leesbaar verhaal, dat stilistisch uitblinkt in vergelijking met het proza van veel (Vlaamse) collega’s. Mendes’ personages zijn gelaagd en menselijk; daardoor wekken ze niet alleen de empathie van de lezer op, maar blijven ze ook boeien. Nooit weet je voor honderd procent zeker wat ze op de volgende bladzijde zullen doen.
De ene protagonist is een kunstschilder die verwacht dat hij niet lang meer te leven heeft en die vermoedt dat hij zijn vriendin omgebracht heeft; zijn tegenspeelster is een vrouw die onterecht in de gevangenis zit en eruit ontsnapt. Mendes beseft terdege dat in een thriller actie de conditio sine qua non is om de aandacht gaande te houden.
Hij heeft genoeg anekdotiek in voorraad om de lezer van de ene boeiende gebeurtenis naar de andere te loodsen; bovendien beheerst hij de technische middelen die de spanning opdrijven. Tegelijk loopt de auteur niet té hard van stapel en laat hij niet direct in zijn kaarten kijken. “Evenwicht”, dat is wellicht de term die geschikt is om Mendes’ meesterschap mee te karakteriseren (en er zijn er ongetwijfeld nog een heleboel meer).



Tijdens de feestelijke uitreiking in De Ark, op donderdag 14 oktober, benadrukte eregast Charles den Tex, voorzitter van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs en Gouden Strop-winnaar, dat de Diamanten Kogel “niet meer weg te denken is”.

“Misdaadauteurs vertegenwoordigen een belangrijk deel van de totale boekenmarkt en wij, de Vlaamse en Nederlandse misdaadauteurs, zijn hard op weg onze eigen plaats te veroveren. Het beste middel om die ontwikkeling te bevorderen is een eigen, onafhankelijke prijs. Ik zeg dat met nadruk zo, omdat het met name de onafhankelijkheid van de jury is, die een literaire prijs zijn gewicht geeft. De Diamanten Kogel is indirect – let op, ik zeg: indirect – voortgekomen uit de betrokkenheid van enkele Vlaamse en Nederlandse schrijvers bij de internationale vereniging van misdaadauteurs, de AIEP. Deze internationale vereniging houdt zich bezig met het stimuleren van nationale prijzen voor de misdaadliteratuur. Dit jaar is de Diamanten Kogel voor het eerst opengesteld voor Nederlandse auteurs. Die openstelling is een nieuwe stap die ik van harte toejuich. Met de Diamanten Kogel en de Gouden Strop kent ons genre in het Nederlandse taalgebied nu twee onafhankelijke prijzen voor de misdaadliteratuur. De Gouden Strop in het voorjaar en de Diamanten Kogel in het najaar. Dat is een perfecte spreiding. Zowel in tijd als geografisch. Want u begrijpt, over smaak valt weliswaar niet te twisten. Toch doen wij dat maar al te vaak. Graag zelfs. Een Vlaamse prijs en een Nederlandse prijs bieden samen de garantie dat auteurs uit alle delen van het Nederlandse taalgebied de kansen krijgen die zij verdienen. Dat is nodig, want de verschillen zijn soms nog groter dan u denkt. Voor de Vlaamse auteurs blijft de Nederlandse markt vaak moeilijk te bereiken. Schrijvers die hier goed verkopen, doen het in Nederland minder. En andersom is het precies zo. Het is voor de Nederlandse auteur lastig het Vlaamse publiek te vinden. En dat terwijl wij toch allemaal dezelfde taal schrijven. Samen kunnen de twee prijzen daarin misschien verandering brengen. Samen kunnen de twee prijzen de onmiskenbare kwaliteit van de Vlaamse en Nederlandse misdaadauteurs een grotere bekendheid geven.”



Patrick Lateur, hoofdredacteur van Kunsttijdschrift Vlaanderen, stelde de jongste aflevering, gewijd aan “Moord & doodslag”, aan het talrijke publiek voor. Jan Lampo en Geert Swaenepoel belichtten de zes nominaties. Henri-Floris Jespers, voorzitter van de jury, maakte ten slotte de laureaat bekend



“De artificiële scheidingslijn tussen de “ernstige” literatuur en het “spannende boek” vervaagt, en ook in de Lage landen krijgt de misdaadroman gaandeweg steeds meer literaire allures. Waar is de tijd dat Jef Geeraerts door eerbiedwaardige critici verketterd werd omdat hij, Staatsprijswinnaar, het in zijn hoofd haalde “triviale ontspanningslectuur” te schrijven? Vandaag is het vaak het tegengestelde. Wanneer een auteur van “elitaire inspanningslectuur” zich aan een thriller waagt, dan is er altijd wel een chagrijnige stem om te fluisteren dat zo’n boek toch niet beantwoordt aan de regels van het genre. Zo wordt de eigenheid van de auteur ondergeschikt aan de vermeende wetten van het genre. Zo’n criticaster hangt in feite de verstarde logica aan dat alleen klassieke gedichten, ineengetimmerd volgens alle regels van de prosodie, echte gedichten zijn.
De literaire geschiedenis wordt niet geschreven aan de hand van bekroningen of oplages. Het oordeel van een jury is een momentopname die hoogstens het beeld van de literaire geschiedenis kan opfleuren en verrijken. En is het niet de heimelijke droom van elke jury naar eer en geweten als eerste de aandacht te mogen vestigen op een opmerkelijke prestatie?
De frustratie van de jury was dus groot toen onherroepelijk bleek dat we ons virtueel reeds bevonden in het gezelschap van bekroonde hoofden. Aad van den Heuvel en Bob Mendes hebben allebei een dijk van een reputatie en behoren tot de canon van de Nederlandstalige misdaadliteratuur. Patrick de Bruyn werd genomineerd voor de Hercule Poirotprijs en voor de Gouden Strop. Bavo Dhooge werd met zijn eerste misdaadroman al meteen genomineerd voor De Diamanten Kogel en werd vervolgens bekroond met de Schaduwprijs, die eerder al naar Corine Kisling ging. Elvin Post kreeg prompt de Gouden Strop.




De beheersing waarmee Corine Kisling een ongedefinieerde, onheilspellende sfeer weet te scheppen en aan te houden; het hoge werkelijkheidsgehalte en het genuanceerde psychologisch inzicht van Patrick de Bruyn; de klassieke en ironische neerzetting door Bavo Dhooge van de private eye als antiheld; de burleske, haast filmische avonturen van Malone die stripachtig, dan weer nonchalant door Elvin Post opgeroepen worden – dat alles wist de jury zeer te bekoren. In de eindronde ging het echter tussen Het Sahara raadsel en Medeschuldig.
De jury kwam onder de indruk van het briljante maar nooit aanstellerige vakmanschap van Aad van den Heuvel. De problematiek die hij impliciet aanreikt, staat in contrast met de oppervlakkige of veelal al te gechargeerde gemeenplaatsen die vaak thrillers ontsieren. De lichtzinnige cultuur van spottende minachting en leedvermaak is ook Bob Mendes vreemd. Terwijl Aad van den Heuvel een breed fresco schildert waarop de personages met enige afstand als het ware op een zelfde vlak getekend worden, koos Bob Mendes resoluut voor de indringende en bijwijlen meedogende portrettering van de twee hoofdpersonages die de roman beheersen.
De plot is “fraai bizar” en “de verhaallijnen zijn kundig dooreengevlochten”, zo stond deze zomer nog te lezen in Vrij Nederland. De nevenpersonages, die een ware nevelvlek vormen, zorgen voor de ironische noot. Uiteindelijk viel de jury voor die intense menselijke betrokkenheid van Bob Mendes bij zijn personages, een engagement dat tevens blijkt uit de veelgelaagde literaire aanpak die de complexiteit van het menselijk tekort onthult.”




Bob Mendes nam de intussen wel bekende zilveren boksbeugel met diamanten in ontvangst, ontworpen door de internationaal vermaarde conceptuele kunstenaar Wim Delvoye.
Na de dankbetuiging van de laureaat nam Aad van den Heuvel het woord. Nederlandse misdaadauteurs worden in Vlaanderen nauwelijks gelezen en hij verklaarde zich derhalve erg gelukkig met een blijk van erkenning uit Vlaanderen, “het land van zijn twee helden: Jef Geeraerts en Bob Mendes”.



De feestelijke uitreiking, met veel brio gepresenteerd door Bieke Ilegems, en de door Het Pomphuis voortreffelijk georganiseerde receptie, werden bijgewoond door o.m. crime writers Patrick de Bruyn, Bavo Dhooge, Stan Lauryssens, Hubert van Lier, Elvin Post, Staf Schoeters en Flikken-vedette Axel Daeseleer; de bestuursleden van de v.z.w. De Diamanten Kogel (ere-ambassadeur Bob Lebacq, voorzitter; Marie-Paule Andries, secretaris); hoofdsponsor Serge Muller, CEO van Rex Mining Corporation; de letterkundigen Wim van Rooy (die om principiële redenen net zijn ontslag ingediend had als hoofdredacteur van de Tijdingen van de PEN-Club), Guy Commerman, redactiesecretaris van Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, de dichteressen Catherine van Ongevalle (stadsdichter van Ronse), Marie-Thérèse Vandevyvere en Rosette Keirsmaekers; de onvermoeibare animatoren van de Fondation Ça Ira, Luc en Thierry Neuhuys; kalligrafe Joke van den Brandt en graficus Frank-Ivo van Damme; Kitty Rimbaut, directrice van Galerie Djemma, John Bel, voorzitter van Ex-Libris, Frank Alpaerts, manager GM, Frank van den Auwelant, bestuurder Centrum voor volwassenenonderwijs Tweedekansonderwijs Antwerpen; dr. Kavasani; het CDR was vertegenwoordigd door Kris Kenis (die voor de audiovisuele presentatie tekende), Renaud en Dirk Maeyens.

Uitgever Wim Verheije (Manteau/Meulenhoff) stond er glunderend bij. Een paar uur tevoren was Moordenaars en hun motieven van toppleiter Jef Vermassen voorgesteld, nu kreeg Mendes de Kogel. De 12.000 exemplaren van de eerste druk van Moordenaars en hun motieven raakten in slechts drie dagen tijd uitverkocht. Meulenhoff/Manteau is al aan een tweede druk gestart, maar ook die zal allicht volledig verkocht zijn voor de boeken beschikbaar zijn.

De jury van de Hercule Poirot-prijs (zeven journalisten en één auteur) nomineerde vijf boeken: Verminkt van Patrick de Bruyn; Duivels offer van Mieke de Loof; De dode die met zijn tweeën was van Jos Pierreux; Belegerd verleden van Staf Schoeters en Code zwart van Ann van Look & Marc Slusny (genadeloos neergesabeld in De Morgen). “Het bal der debutanten” onderstreept Pierrre Darge in Weekend Knack, sponsor van de prijs. Inderdaad, alléén De Bruyn en Schoeters zijn vertrouwde namen: de eerste werd eerder genomineerd voor de Gouden Strop, de Diamanten Kogel en de Hercule Poirot-prijs; de tweede kreeg in 1998 de Poirot-prijs voor De schaduw van de adelaar. Dat drie thrillerdebuten meteen in aanmerking komen om uitgeroepen te worden tot “de beste Vlaamse thriller” van het jaar is alleszins merkwaardig zoniet veelbelovend. De vijf nominaties zijn overigens netjes verdeeld over vijf uitgevers. De winnaar wordt op 29 oktober op de Boekenbeurs bekendgemaakt.

Piet Teigeler werd op het congres in Amsterdam verkozen tot president van de AIEP (Associación internacional de escritores policiacos) die misdaadauteurs uit 35 landen verenigt. In zijn boeiende jongste thriller, Dodenakker (2003), staat Schoonselhof centraal.


pagina terug terug naar boven

© copyright Bob Mendes, all rights reserved

Hosting & Webdesign by Linulex

Concept by Artchronicles