Boekfragmenten De Vierde Soera Deel 3


Ze verliet het Universitaire Ziekenhuis en reed over de A2 en de autosnelweg 313 naar Mol. Haar vader, Richard Dachner, was directeur-generaal bij het NOC en sinds ze de universiteit had verlaten was ze er, op zijn aandringen, eveneens komen werken. Eerst als vaders directiesecretaresse, later als hoofd van de public relations.
Toen ze het Onderzoekscentrum bereikte, reed ze meteen door naar de afdeling voor radioactief afval, de waste, waarvan de gebouwen een paar kilometer verderop lagen. Ze had er een afspraak met Jake Corbelle, een van de directeuren bij het NOC, die zich hoofdzakelijk bezighield met de commercialisering van de nucleaire technologie.
Hun ontmoeting zou nochtans niet beroepsmatig zijn. Gisteren had ze met Jake door de telefoon een halfuur geredetwist over hun verhouding. Hoewel ze nooit hadden samengewoond, hadden ze een vaste relatie gehad, maar sinds haar blessure leek die nergens meer naar. Zij ging met niemand anders naar bed, maar Jake gedroeg zich of hij niet meer aan haar gebonden was. Gisteren had ze hem voorgesteld dat ze het vandaag met elkaar zouden uitpraten.
Jake was niet in het waste-gebouw en had ook geen boodschap voor haar achtergelaten. Geërgerd keerde ze terug naar haar auto - het was nu wel duidelijk dat hij haar wilde laten schieten. Ze reed naar het directiegebouw en ging met de lift naar de zesde verdieping, maar nog vóór de lift stopte, veranderde ze van gedachten en duwde op de druktoets voor de derde verdieping. Er was kans dat Jake op de marketing-afdeling was en ze wilde voor eens en voor altijd weten, waar ze met hem aan toe was. In gedachten verzonken staarde ze naar de wisselende digitale cijfers op het bedieningspaneel van de lift.
Toen de deuren opengingen, stond Richard Dachner, haar vader, voor de liftingang te wachten. Richard was zestig, hoewel hij er niet naar uitzag. Dat kwam door zijn felle manier van bewegen en ook door zijn grijze ogen, waarmee hij je doordringend kon aankijken. Zijn gezicht, met de brede neus, vertoonde een hardnekkige baardgroei - hij moest zich soms twee keer per dag scheren - en zijn dikke grijze haar was altijd keurig geknipt. Hij lachte haar toe.
'Dag kindje. Zoek je mij?'
'Nee', zei ze. 'Ik heb waarschijnlijk op een verkeerde toets gedrukt.'
Ze wisten allebei dat het een uitvlucht was en dat ze voor Jake naar de derde verdieping was gekomen. Richard kwam naast haar in de lift staan. Hij had een groot bovenlichaam, maar korte armen en benen, zodat hij uiteindelijk wat kleiner was dan zij. Toen hij haar glimlachend aankeek had ze - zoals altijd - het gevoel dat hij de grootste was.
'Ga je dan mee naar boven?' vroeg hij.
Ze voelde dat ze een kleur kreeg. Ze werd boos op zichzelf omdat ze zich onnodig betrapt voelde en boos op Richard omdat ze wist dat hij haar houding tegenover Jake afkeurde. De deuren gingen dicht en de lift suisde omhoog.
Toen ze bij de deur van zijn kantoor kwamen, zei hij: 'Kom even mee binnen. We moeten eens samen praten.'
Het lag haar op de tong om te weigeren, maar ze vond er niet direct de juiste woorden voor. Zwijgend liep ze achter hem aan. Zijn kantoor was een grote ruimte met aan de ene kant een bureau en aan de andere kant een conferentietafel. Ondanks de droge, wetenschappelijke onderwerpen die er werden behandeld, heerste er een huiselijke sfeer.
Haar vader maakte een vaag gebaar naar het zitje bij het hoekraam. Min of meer tegen haar zin ging Myriam met de rug naar het venster in een fauteuil zitten.
'Koffie?'
'Nee,' zei ze, 'of ja, toch.'
Hij bracht een zilveren thermoskan en twee kopjes. Terwijl hij inschonk, zei hij: 'Je moeder maakt zich zorgen over jou.'
'O?' Myriam keek onthutst. 'Is die hier?'
'Nee. Ze belde me vanuit Londen. Tussen twee vluchten.'
'Ik heb ook telefoon', zei Myriam effen. Na haar scheiding van Richard was haar moeder hertrouwd met een Britse diplomaat, die voortdurend van standplaats wisselde.
'Je was niet thuis.'
Myriam keek zwijgend toe hoe hij een wolkje melk in haar koffie deed. Hij kende de juiste hoeveelheid die ze gebruikte.
'Zij is niet de enige die zich zorgen maakt; ik doe dat ook.' Hij liet een tabletje sacharose in haar kopje vallen.
'Er is geen reden voor', zei ze. 'M'n knie is helemaal in orde en dokter Wilfrieds zegt dat het voor m'n rug een kwestie van tijd is.'
Zijn grijze ogen keken haar rustig aan. 'Daar ben ik blij om. Wilfrieds heeft me er een half uurtje geleden over opgebeld.' Hij nam voorzichtig een paar slokjes van de hete koffie. 'Je weet best dat ik het over Jake heb.'
'Over Jake hoeven jullie je nog minder zorgen te maken. Het is uit tussen ons en dat blijft zo.'
'Een reden te meer om hem niet onnodig op te zoeken. Het lijkt wel of je achter hem aanloopt.'
'Dat doe ik niet', zei ze kregelig. 'Ik vergiste me van etage.'
Dachner zette z'n kopje op de salontafel. 'Luister, kindje,' zei hij bedachtzaam, 'je hebt een probleem met mannen.'
'Goeie genade, Richard,' antwoordde ze strijdlustig, 'doe niet zo ouderwets. Je lijkt wel een boetprediker.' Haar vader wilde dat ze hem bij zijn voornaam noemde, een gewoonte die stamde uit de tijd toen hij, na zijn studies aan de universiteit van Los Angeles, voor Down Chemical in Amerika werkte.
'Ik ken tientallen mannen die vrij zijn en voor jou door een vuur zouden lopen,' zei hij, 'maar...'
'Maak er een lijstje van.' Myriams stem was niet vrij van sarcasme. 'Ik beloof je dat ik je kandidaten om de beurt een kans zal geven.'
'Maar jij wilt geen van hen', ging hij verder. 'Om een of andere reden word jij altijd opnieuw verliefd op een oudere man, iemand die al een ander heeft of iemand die alleen maar wat met je speelt. Tracht toch jezelf een beetje onder controle te houden.'
'O, hou op', zei Myriam ongeduldig. 'Gevoelens leg je niet vast met wiskundige formules. Het zijn geen wetenschappelijke problemen.'
'Evengoed moet je ze wel kunnen beheersen. Als Jake je niet meer wil, moet jij hem ook niet meer willen. Dat is zelfbewustheid.'
'En ik verkies zelfbehoud', zei Myriam bitsig. 'Als ik een man wil hebben, vecht ik om hem te krijgen. Of te houden.'
Richard werd kwaad. 'Zodat je je belachelijk maakt tegenover anderen.'
'Het kan me geen donder schelen wat anderen van me denken', zei Myriam, nu ook boos.
'Hou dan rekening met...'
Richard hoorde de deur achter zich opengaan.
'Ja?' riep hij driftig.
Een employé bleef in de deuropening staan. 'Meneer Corbelle vraagt u te spreken, meneer Dachner.'
'Vandaag heb ik geen tijd. Morgenvroeg.'
De employé bleef staan. 'Hij zegt dat het héél dringend is, meneer.'
'Alles is hier dringend. Nou goed...' Hij keek naar zijn dochter en glimlachte toegevend. 'Misschien heb ik wel ongelijk', zei hij zachtjes. 'Oudere mannen vergeten wel eens hoe gecompliceerd het is om jong te zijn.'
Ze stond op en kuste hem op de wang. 'Precies daarom word ik altijd op oudere mannen verliefd. Ze weten soms niet hoe knap ze zijn. Als jij m'n vader niet was...'
Hij lachte en gaf haar een speelse tik. Tegen de employé zei hij: 'Stuur Jake Corbelle maar binnen.' Hij kwam overeind en ging achter z'n bureau staan.
Myriam liep naar de andere deur en wilde het kantoor verlaten, maar werd door zijn stem tegengehouden.
'Ik heb liever dat je erbij blijft.'
Ze draaide zich met een ruk om. 'Zo-even wilde je nog dat ik Jake zou mijden.'
Hij glimlachte vergoelijkend. 'Ik vroeg je niet om een andere baan te zoeken.' Hij wees naar de conferentietafel. 'Daar ligt papier en potlood. Maak wat notities over mijn gesprek met Corbelle voor de vergadering van de Raad van Bestuur.'
Ze ging aan het uiterste einde van de tafel zitten en keek niet op toen ze Jake hoorde binnenkomen. Zonder hem aan te kijken wist ze ook wel dat hij een knappe en slanke man was en dat hij daar zou staan met dat hautaine trekje op zijn gezicht; iets wat hem zowel aantrekkelijk als arrogant maakte. Hij was zesendertig, tien jaar ouder dan zij, maar het was niet het leeftijdsverschil waardoor ze zich tot hem aangetrokken voelde. Het was zijn zorgeloze aanpak van de dagelijkse problemen; de manier waarop hij haar aan het lachen bracht als ze in een van haar depressieve buien was. Ongetwijfeld was hij meer een vriend dan een vrijer geweest en had Richard niet helemaal ongelijk. Ze moest leren aanvaarden dat er aan alles een einde kwam.
Corbelle zei: 'Het gaat om het aanvullingsverdrag met de Verenigde Arabische Emiraten. Ik vernam van Werner Witman dat u het nog niet hebt getekend.' Werktuiglijk begon Myriam het gesprek te stenograferen.
Richard Dachner keek opstandig. 'Ik heb niets tegen de bouw van een kernreactor in het Midden-Oosten, Jake', zei hij. 'Wel tegen hun nieuwe voorwaarden dat wij hun mensen moeten opleiden. Er is altijd kans dat het ADAD* met Iran of Libië onder één hoedje gaat spelen.'
'Dat zijn politieke overwegingen, meneer Dachner. Daarover moet de regering zich uitspreken. En die heeft geen bezwaar. De minister heeft het me persoonlijk gezegd.'
'Vraag hem dat hij dat schriftelijk bevestigt en of je het publiek mag maken.'
'U weet dat zoiets niet kan', zei Jake geprikkeld.
'Nucleaire technologie verkopen aan het Midden-Oosten kan naar mijn gevoel evenmin.' Richard boog zich voorover en steunde met beide handen op z'n bureau. 'In de huidige stand van de kennis inzake kernfysica maken extremisten er explosieven mee, nog voor je weet waar ze de splijtstof vandaan hebben. Trouwens, het zou een schending zijn van het non-proliferatieverdrag.'
Jake werd ironisch. 'Wat hooguit een protest van de Nucleaire Veiligheidscommissie zou kunnen uitlokken, dat - zoals gebruikelijk - nergens gehoor zal vinden.'
Richard liet zich met een zucht op z'n stoel neerzakken. Hij verlegde wat papieren op zijn bureau zonder ernaar te kijken. Toen keek hij weer op naar Jake. 'Wat vind je dat we moeten doen?'
Jake ging ook zitten. 'We kunnen er niet omheen', zei hij bezwerend. 'Het is de enige manier om ons kernafval kwijt te raken en het brengt uiteindelijk nog geld in het laatje.'
Dachner keek verstoord voor zich uit.
Corbelle zei: 'De tijd dringt, meneer Dachner. Volgende week arriveert hun eerste stagiair. Weet u wie?'
'Nee.'
'Houdt u vast. Abbas Al Fahim.'
Dachners stem klonk ongelovig: 'Al Fahim? Dat is geen stagiair, dat is een atoomdeskundige.'
Corbelle schudde het hoofd. 'U doet hem te veel eer aan. Hij is een tweederangsgeleerde. Maar bij het ADAD heeft hij veel invloed.'
Richard bleef somber voor zich uit staren.
'Het gaat niet zomaar om een paar centen, meneer Dachner. Het gaat om het voortbestaan van het NOC. De broodwinning van meer dan duizend gezinnen. Willen we voldoen aan de ministeriële saneringsplannen, dan moeten onze eigen ontvangsten met acht procent per jaar stijgen. Waarmee? Al wat we te bieden hebben, is verwerking van kernafval of onze knowhow verkopen.'
'Er is een verschil, Jake. Je kunt knowhow uitlenen zonder die te verkopen. De basisovereenkomst was een onderzoeksreactor in de Emiraten te bouwen en de control command met eigen mensen te bemannen. Zodra men ginder andere dan vreedzame trekjes vertoont, trekken we onze mensen terug.'
Corbelle schudde het hoofd. 'Precies om die reden wil Al Fahim dat we opleiding verschaffen aan hún technici. Als u het aanvullingsverdrag vandaag niet tekent, kunt u de rest ook wel vergeten.'
Myriam vond dat haar vader er opeens moe uitzag. Met hoorbare tegenzin zei hij: 'Goed. Ik zal die nieuwe clausules door Witman laten nakijken. Als hij het ermee eens is, zal ik straks tekenen.'
Jake stond op en stak zijn hand uit over het bureau. 'Akkoord.'
Richard maakte geen aanstalten om hem de hand te schudden. 'Ik weet niet waarom,' zei hij, 'maar soms geef jij mij het gevoel dat je me gebruikt als een pion op een schaakbord.'
Aarzelend trok Jake zijn hand terug. 'Dat is niet eerlijk', zei hij met een lichte verontwaardiging in zijn stem. 'Het is veeleer omgekeerd. Als u de boel hier vergelijkt met een schaakspel, dan bent u daarin een koninginnestuk dat zich als een pion gedraagt.'
 
Lees hier het vierde deel >>
pagina terug terug naar boven

© copyright Bob Mendes, all rights reserved

Hosting & Webdesign by Linulex

Concept by Artchronicles