Boekfragmenten De Vierde Soera Deel 8


Met Myriams Volkswagen reden ze naar Tops, een café-restaurant aan de Scheldekade met een jong en sportief publiek. Dissie was de hele tijd aan het woord. Hij was een uitstekend causeur en toen ze het drukbezette café bereikten, had hij haar boze bui om Jake bedolven onder een stortvloed van smalltalk en anekdotes over ziekenhuizen en universiteiten. In het café hing een diffuus licht van roodwitte lampenkappen aan de wanden en flakkerende oliepitjes op de tafels. Ze zaten dicht tegenover elkaar aan een klein vierkant tafeltje, zodat hun knieën en voeten elkaar voortdurend raakten.
Dissie raadpleegde een beduimelde spijskaart. 'We drinken champagne, ja?'
Myriam dronk zelden alcohol. Ze wilde weigeren, maar in plaats daarvan vroeg ze: 'Waarom? Wat valt er te vieren?'
'Onze kennismaking', zei hij glimlachend.
Ze zocht in zijn ogen naar scherts, maar zijn glimlach had plaatsgemaakt voor ernst.
'Goed', zei ze, zich opnieuw bewust van de dierlijke kracht die hij uitstraalde. 'Maar soms is het beter iemand niet te goed te kennen.'
Zijn mond plooide zich in een kwajongensachtige lach die hem opeens veel jonger maakte.
'Een joods spreekwoord zegt dat je elkaar beter kunt neuk... eh liefhebben, dan kennen.'
Ze lachte zonder verlegenheid. 'Je bent toch niet joods?'
'Nee, nee', zei hij hoofdschuddend. De lach verdween van zijn gezicht. 'Lijk ik op een jood?'
Ze keek verward. 'Ik zou het niet weten. Ziet een jood er anders uit?'
Hij staarde haar aan met een vreemde uitdrukking op zijn gezicht. Toen knikte hij langzaam. 'Soms wel. Soms wel.'
Ze keek hem na terwijl hij naar de tapkast liep en met de uitbater praatte. Hij kwam terug naar het tafeltje en spreidde zijn handen in een gebaar van onmacht.
'Geen champagne. Hier drinkt men bier of vin du patron.' Hij ging zitten en stootte met zijn knie tegen de hare.
'Verontschuldig me, ja?'
'Hemeltje,' zei ze, 'ga jij je iedere keer verontschuldigen als je me aanraakt.'
Zijn stem klonk verwachtingsvol: 'Aanraken?'
'Dansen, Yankee. Ik weet een leuke disco voor straks.'
Ze aten lamskoteletten, bereid met veel look, en dronken er een jonge koppige landwijn bij. De rook in het café was om te snijden en de stemmen rondom hen werden luider. Myriam kwam in de ban van de vreemde verteltrant van Dissie, waarin zinnen zich voortdurend ritmisch herhaalden en ze was zich intens bewust van zijn sterke, bewegende handen. Haar omgeving vervaagde en haar waarnemingsveld spitste zich toe op zijn ogen, die een hypnotiserende invloed op haar gingen uitoefenen.
Het was halftwaalf toen ze het café verlieten. Door de koele nachtlucht voelde ze zich wat duizelig worden en ze overhandigde hem haar contactsleutel. 'Wil jij rijden?' vroeg ze, steunend op zijn arm. 'Ik ben niet gewend wijn te drinken.'
In een lichte trance ging ze naast hem zitten en sloot haar ogen. Zijn woorden hadden een therapeutische uitwerking op haar gehad en alle hinderlijke gedachten of herinneringen weggewerkt.
Ze hoorde hem de auto starten en wegrijden, zonder haar de weg naar de disco te vragen. Dissie was een fascinerend man, hij gedroeg zich hoffelijk, discussieerde zonder enige terughoudendheid over cultuur en politiek en wist zich gelijktijdig te omringen met een mystiek die ze niet onder woorden kon brengen. Hij was een man van wie ze beslist meer wilde weten, al was het maar omdat het haar de episode met Jake zou doen vergeten. Ze opende haar ogen.
'Ben je moe?' vroeg hij bezorgd. 'Wil je naar huis?'
Ze lachte. 'Nee hoor. Wie weet wat voor verrassingen de nacht nog inhoudt.'
Hij stuurde de wagen de Quinten Matsijslei op en stopte voor een luxueus flatgebouw. 'Ik heb hier een flat', zei hij. 'Van Dr. Wilfrieds, maar ik mag hem hebben voor de duur van m'n verblijf.'
Zonder te antwoorden stapte Myriam uit de auto en bleef onder de luifel op Dissie staan wachten.

Ze stond in het donker bij het raam en zag diep beneden haar de lichten van de lantaarns weerkaatsen op de vijver van het stadspark. Ze hoorde hem uit de badkamer komen, maar draaide zich niet om. Hij stak zijn hand uit en maakte de sluiting van haar beha los.
'Je bent mooi, Myriam,' fluisterde hij, 'God, wat ben je mooi.'
vHij draaide haar om en trok haar naar zich toe. De haren op zijn borst raakten haar tepels. Het gaf haar een kriebelig gevoel.
Opeens wilde ze het uitstellen. 'Nee!' Met haar handen duwde ze tegen zijn borst om van hem vandaan te komen. Hij greep haar ruw vast en drukte haar omlaag zodat ze languit op het tapijt viel. Hij liet haar niet overeind komen, maar hield haar gevangen onder zijn gewicht. Ze schreeuwde het uit, beangstigd door de hitte die hij uitstraalde en die zich nu ook - op een wijze die ze nooit had gekend - van haar lendenen meester maakte.
Toen ze zich weer van haar omgeving bewust werd, lag ze alleen. Haar lichaam voelde pijnlijk aan en haar ademhaling ging gejaagd, maar stilaan werd die rustiger en een
diep gevoel van welbehagen maakte zich van haar meester. Achter haar hoorde ze hem bewegen en ze keerde zich om. In het halfduister leek hij veel jonger. Hij stond met gespreide benen en keek op haar neer.
'Was het lekker?' vroeg hij.
'Het was anders', zei ze met een vreemd soort eerbied in haar stem. Toen sperde ze haar ogen wijd open. 'Wel allemachtig! Hoewel je geen jood bent, heb je toch iets dat er sterk aan doet denken.'

Ze lagen op het bed, de lakens teruggeslagen. Myriam draaide zich op haar zij. In het licht van de bedlamp zag ze dat de haren op zijn borst grijs waren. Met haar hand streelde ze het kale deel van zijn schedel.
'Vind je het erg?' vroeg hij.
'Wat?'
'Dat ik m'n haar verlies.'
'Goeie genade, nee. Het windt me op.'
Zijn witte tanden blonken in het schemerlicht.
'Hoe oud ben je?' vroeg ze.
'Achtenveertig.'
'Schaam je. Misbruik maken van mijn jeugd.'
Hij keek haar aan met een dromerige, tevreden glimlach. 'Mohammed zei: De vrouwen zijn uw akker; gaat op uw akker hoe en wanneer gij wilt.'
'Ik ben baas in eigen buik, vreemdeling.'
Hij trok een plechtig gezicht. 'Helemaal niet, dame. Lees de koran. De tweede soera. Dat is het tweede hoofdstuk. Daarin geeft hij de mannen onbeperkte beschikkingsmacht over het lichaam van de vrouwen.'
Ze lachte. 'Dat was vóór ik geboren werd.'
De telefoon rinkelde. Hij slingerde zijn benen uit het bed en liep naar de aangrenzende kamer. Zijn bewegingen deden haar opnieuw aan een roofdier denken.
Ze hoorde hem praten door de gesloten deur. 'Yes... No... NOT NOW!' Daarna dempte hij zijn stem en ging over in een taal met vreemde keelklanken.
Toen hij binnenkwam, ging ze rechtop zitten. 'Wie ben jij eigenlijk?' vroeg ze. 'Je bent besneden als een jood en je spreekt als een moslim.'
Zijn lichte ogen stonden kalm toen hij zijn blik op haar vestigde.
'Mijn naam is Arafat bin Moestafa Dissie', zei hij en zijn stem klonk rustig. 'Bin betekent zoon van. Ik heet dus Arafat zoon van Moestafa Dissie.'
Zonder haar antwoord af te wachten draaide hij zich om en liep de kamer uit.
Ze staarde hem na.
Arafat?
Het was gewoon belachelijk.
Ze begon bijna te lachen, maar in plaats daarvan voelde ze tranen in haar ogen opwellen.
Godallemachtig, een Arabier!
Wie werd er nou verliefd op een Arabier?
 
Lees hier het negende deel >>
pagina terug terug naar boven

© copyright Bob Mendes, all rights reserved

Hosting & Webdesign by Linulex

Concept by Artchronicles