
Boekfragmenten De Vierde Soera Deel 11
|
 In het Nucleaire Onderzoekscentrum werden glijdende werktijden gehanteerd. Myriam was dus nog behoorlijk op tijd toen ze om kwart over negen de uitgestrekte terreinen in het noordoosten van de provincie Antwerpen, bereikte. De kantoorgebouwen, laboratoria en nucleaire reactoren waarin meer dan duizend technici en academici werden tewerkgesteld, lagen verspreid tussen de dennenbossen van een zevenhonderd zestig hectaren groot voormalig koninklijk domein. Toen ze de met slagbomen afgesloten dubbele toegangspoort wilde doorrijden, opende de portier het loket. 'Meneer Dachner belde net om te vragen of u al gearriveerd was.'
Ze zwaaide ten teken dat ze hem had begrepen en spoedde zich naar haar kantoor. Ze ging direct aan de slag. Zoals iedere maandagochtend had ze het behoorlijk druk om alles weg te werken wat zich sinds donderdagmiddag op haar bureau had opgestapeld. Dat was het nadeel van een deeltijdse baan.
Even later belde Richard. Of ze om elf uur bij hem wilde komen.
Een paar minuten voor elf was ze op weg naar haar vaders kantoor. In de gang liep ze Jake tegen het lijf.
Hij glimlachte opgelucht. 'Dag Myriam. Ik heb je net op tijd te pakken. Heb je het waste-contract al uit de safe gehaald?'
'Er ligt een fotokopie klaar op mijn bureau.'
'Neenee. Geen fotokopie. Ik wil het origineel zien.'
'Later. Ik moet nu naar Richard.'
Zijn gezicht verstrakte. 'Alsjeblieft, Myriam. Over een uurtje vertrek ik naar Wenen.'
'Het spijt me.'
Ze wilde doorlopen.
Hij pakte haar bij de elleboog. 'Toe nou. Het is een kleine inspanning.'
Ze las de oprechte bezorgdheid in zijn ogen.
'Ik snap er geen jota van', zei ze hoofdschuddend. 'Origineel of kopie, wat maakt het voor de drommel uit?'
'Toe nou, liefje.'
Myriam berustte. Met de lift gingen ze naar de archiefkamers in de kelder, waar de originelen van belangrijke documenten in brandvrije kasten werden bewaard. Als regel mochten die alleen worden geraadpleegd na overlegging van een toestemming, geparafeerd door Richard of door twee directeuren. Officieus werd er voor Myriam een uitzondering gemaakt.
Een paar minuten later overhandigde ze Jake het contract. 'Je kunt het niet meenemen', zei ze. 'Als je ermee klaar bent, zal de archivaris het wel opbergen.'
Hij greep haar hand en hield die langer vast dan nodig was. 'Bedankt, Myriam.'
Ze probeerde niet haar hand uit de zijne los te maken. Sinds ze Arafat had leren kennen, waren haar gevoelens voor Jake niet meer dezelfde. Nu was het vooral belangrijk dat ze vrienden zouden blijven. In een studiecentrum, waarin de wetenschappelijke doelstellingen werden verdrongen door politieke en commerciële intriges, had ze - om Richard terzijde te staan - een bondgenoot nodig. Jake had een opleiding economie genoten in Harvard, de oudste universiteit van de Verenigde Staten. Hij was doctor in het een of ander en voor zover het niets met vrouwen te maken had, was hij bekwaam en betrouwbaar.
Jake glimlachte tevreden. 'Later zal ik het allemaal uitleggen.' Met een kneepje liet hij haar hand los en liep haastig weg.
'Zo. Daar ben je.'
Myriam voelde dat ze een kleur kreeg. Ze hoorde aan Richards toon dat hij ontstemd was over haar laatkomen. Aan zijn bureau zaten twee bezoekers, de rug naar haar toegekeerd. Ze herkende Arafat aan het kroeshaar op zijn achterhoofd.
Richard Dachner stelde hen aan elkaar voor: 'Myriam Dachner is onze public relations officer', zei hij in het Engels. 'Dokter Dissie en ingenieur Al Fahim zijn vorsers van het Atomic Department of Abu Dhabi die hier stage komen lopen.'
De twee mannen kwamen beleefd overeind.
'Juffrouw Dachner zorgt ook voor het sociale welzijn van onze buitenlandse gasten.' Richard zei er niet bij dat ze zijn dochter was.
Arafat toonde haar een nietszeggende glimlach. 'Arafat bin Moestafa Dissie', zei hij met de nadruk op Arafat toen hij haar de hand schudde.
Zijn metgezel herkende Myriam als de man met wie Arafat in de squashclub had gepraat. Een korte, gedrongen man met een vettige huid en donkere ogen, die haar vrijpostig van top tot teen monsterden.
'Abbas Al Fahim', mompelde hij.
Zijn hand voelde warm en klam aan. Vanaf het eerste ogenblik had Myriam een hekel aan hem. Op een teken van Richard gingen ze allemaal weer zitten.
Richard Dachner richtte zich tot Al Fahim. 'Ik begrijp niet hoe u vanmorgen al hier kon zijn. De Raad van Bestuur van het NOC heeft pas vorige vrijdag de aanvullende clausules bekrachtigd.'
'Daar hebben we niet op gewacht', zei Al Fahim. 'Wat kon u anders doen dan tekenen? Trouwens, het Atoomenergieagentschap in Wenen was het ermee eens.'
Myriam zag hoe Richard geërgerd de wenkbrauwen optrok.
'Wij bepalen nog altijd zelf aan wie we hier toegang verlenen, meneer Al Fahim', zei hij nors.
'Als u het zegt', zei Al Fahim op een toon of hij niet zo'n hoge dunk had van Dachners heerschappij.
Dachner keek kwaad voor zich uit, maar wist zich te beheersen. 'Wanneer komen de vier anderen?' vroeg hij.
'Over een paar dagen', antwoordde Al Fahim. 'Ze werkten allen in het onderzoekslaboratorium van de universiteit van Al Ain. Daar hebben ze zopas de laatste hand gelegd aan een experiment om met gewoon zeewater een zogenaamde koude kernfusie te bereiken.'
'Koude kernfusie? Met zeewater?' Dachner deed geen moeite zijn scepticisme te verbergen.
'Daar kijkt u van op, hè?'
Dachner trok zijn gezicht in een strakke plooi. 'Dat is zacht uitgedrukt. Alleen begrijp ik niet wat uw geleerden hier nog denken op te steken als ze zo'n niveau hebben bereikt.'
'Ervaring, meneer Dachner', zei Al Fahim, min of meer neerbuigend. 'We missen ervaring met echte kernreactoren. Zoals de BR2 van het NOC.'
'Ik begrijp u, meneer Al Fahim. Uw koude kernfusie bestaat alleen op papier.'
Al Fahim keek een beetje verontwaardigd, maar voor hij iets kon zeggen richtte Richard het woord tot Arafat: 'En u, dokter Dissie? Denkt u ook ervaring met kernreactoren op te doen?'
'Integendeel, meneer Dachner', antwoordde Arafat beleefd. 'Zoals u wellicht weet, specialiseer ik me in de behandeling van slachtoffers van radioactieve straling. Strikt genomen werk ik niet voor het ADAD, zoals meneer Al Fahim, maar voor het Ministry of Health.'
Dachner knikte goedkeurend. 'Precies. Uw medewerking aan ons biomedisch onderzoeksprogramma wordt bijzonder op prijs gesteld.' Hij opende een lade en haalde twee mappen te voorschijn. 'Hierin vindt u alle nuttige informatie over splijtstofcyclussen en over de conferenties die door het NOC-personeel of gastsprekers over stralingsbescherming zullen worden gehouden.' Hij schoof naar elk een map over het bureaublad. 'De praktische oefeningen in het kader van de opleidingsstages zullen volgende week in de BR1-reactor aanvangen.'
'O nee!' riep Abbas Al Fahim ontevreden uit. 'Niet die antieke onderzoeksreactor! Die moet zo onderhand vijfendertig jaar in bedrijf zijn. We zijn hierheen gekomen om de configuraties en de experimentele programma's van de BR2-reactor te leren kennen.'
Richard Dachner keek beledigd, opende zijn mond om de ander af te snauwen, maar wist zich opnieuw te beheersen. 'Laten we maar met de BR1-programma's aanvangen', zei hij koel. 'Het is een goede training voor uw mensen. Daarna kunnen we nog zien.'
Abbas Al Fahim trok een lang gezicht, maar zweeg.
'Dat is dan geregeld.' Richard stond op en de anderen kwamen mee overeind. 'Juffrouw Dachner zal u verder wegwijs maken. Voor alle niet-technische problemen kunt u altijd bij haar terecht.' Hij liep met hen mee naar de deur. Net toen Myriam die opende, verscheen Jake in de deuropening.
'Ik kom even afscheid nemen', zei hij vlug. 'Ik vertrek zo dadelijk naar Wenen voor de Euratomconferentie.'
'Dit zijn de mensen van het ADAD', zei Richard.
'Natuurlijk', zei Jake. 'We kennen elkaar van in Abu Dhabi.' Hij keek met een onderzoekende blik van Myriam naar Arafat. 'Ik weet zeker dat de verstandhouding niets te wensen zal overlaten.'
Ze had niet gedacht dat het zo op haar gezicht te lezen was. Het gaf haar een vreemd gevoel zoals ze de twee mannen naast elkaar zag staan. De zelfbewuste Jake, die er jonger uitzag dan hij werkelijk was, met zijn bronskleurige gezicht en zijn dikke, altijd licht verwarde haardos, naast de door zijn haar groeiende Arafat, een heimatlose Palestijn, die er niet eens zoveel jonger uitzag dan haar vader.
Met een schok drong het tot haar door dat ze - hoe verschillend ze uiterlijk ook waren - één eigenschap gemeen hadden: achter de façade van beleefde onverschilligheid verbeeldde ze zich bij allebei een intrigante eerzucht. Het waren allebei mannen voor wie het doel de middelen heiligde. En opnieuw had ze het gevoel dat ze een pion was in een schaakspel, dat alleen door mannen werd gespeeld.
|
| |
Lees hier het twaalfde deel >> |
|
|
|
|
|
|
|
|