
Boekfragment Medeschuldig Deel 4
|

Julia lag op haar rug op het Perzische tapijt aan de voet van de monumentale trap, met gespreide armen en met afgewend gezicht. Hij hinkte naderbij.
‘Julia?’
Ze sliep. Ze ademde met een raspend geluid. Hij porde haar met de punt van zijn schoen in de ribbenkast.
‘Opstaan. Drankorgel.’
Het rauwe geluid van haar ademhaling haperde en begon opnieuw met een snik, maar nu minder hard.
Hij liet haar voor wat ze was en strompelde de trap op. Een paar maanden geleden zou hij misschien blij geweest zijn dat ze ondanks alles gebleven was, maar na gisteren was dat voltooid verleden tijd. Hij fronste. Hoezo na gisteren? Het enige wat hij zich kon herinneren was de uitdagende manier waarop ze haar autosleutels aan de sleutelhanger onder zijn neus had laten rondzwieren. Als de schroef van een helikopter. Provocerend en hypnotiserend. Van wat er verder gebeurd was, wist hij niets meer. Misschien was ze weggegaan en weer teruggekeerd. Misschien hadden ze zich verzoend en dat wat al te uitbundig gevierd. Misschien had hij haar wel...
Hou op, Heine. Het heeft geen zin daarover je hoofd te breken. Je zult het vlug genoeg weten zodra ze uit haar roes ontwaakt.
Boven aan de trap bleef hij staan, steunend op de smeedijzeren balustrade en keek omlaag.
Julia, slet die je bent!
Vanaf het trapportaal gezien leek ze maar een zielig hoopje mens. Je kon je amper voorstellen dat ze ooit dat sexy jonge ding van vijfentwintig was geweest met de sluimerende jonge lendenen, de vrouw die hem als naaktmodel zo had geïnspireerd. Weinig inspirerend zoals ze daar nu lag in die christushouding. Vredig, dat wel. Hé, wat was dat? Een donkere veeg onder haar neus? Dat had hij zo-even niet opgemerkt. Hij spitste de oren en probeerde het geluid van haar ademhaling op te vangen. Toen hij meende het te horen, voelde hij zich meer gerustgesteld dan hij had willen toegeven. Zie je wel, niets aan de hand. Maar het klonk anders. Langgerekt. Fluitend.
Steun zoekend aan de trapleuning stommelde hij weer naar beneden. Hij was halverwege toen hij ook het dunne straaltje bloed zag dat uit haar linkeroor vloeide. Ze moest gevallen zijn en haar hoofd hebben gestoten. Wat moest hij doen? De dokter bellen? Een ambulance? Hij kwam bij de voet van de trap en boog zich over Julia. Op hetzelfde moment hield het fluitende geluid op dat hij voor Julia’s ademhaling had gehouden maar dat – zo besefte hij nu – afkomstig was geweest van het onderdrukte gezoem van de luchtstroom uit de roosters van de airconditioning. Hij hoorde alleen nog zijn eigen onregelmatige ademhaling.
‘Julia?’
Hij pakte haar bij de kin en draaide haar hoofd naar zich toe. Ze staarde hem aan met wijdopengesperde ogen.
‘O, prima. Je bent wakker. Een ogenblik dacht ik dat je...’
Ze was abnormaal stil. Er was ook iets met haar ogen. Die waren niet op hém gericht, maar op een punt ergens ver achter hem. Hij trok zijn hand terug, alsof hij bang was zich te branden.
‘Julia?’
Hij had al wel eerder iemand gezien die het bewustzijn had verloren, maar nooit iemand met ogen die wijd open waren. Ogen die weliswaar in het oneindige staarden, maar die met enige verbeelding een uitdrukking inhielden van onversneden angst. Hij legde zijn vingertoppen tegen haar hals en zocht bij haar keel naar haar hartslag maar kon die niet vinden. Hij legde zijn oor tegen haar borstkas, vlak onder haar linkerborst en hoorde een snelle roffel van een hartslag, maar hij was al wel nuchter genoeg om te begrijpen dat hij slechts het geraas hoorde van zijn eigen bloed door zijn aderen. Hij bracht zijn wang dicht bij haar mond, speurend naar ademhaling, hoe miniem ook.
Toen rook hij dwars door de zure lucht van zijn eigen adem een vluchtige geur van urine en hij zag de vochtige plekken in de stof van haar broek aan de binnenkant van haar dijen. Het werd hem te veel. Zijn ingewanden trokken samen en met een rauw geluid leegde hij de inhoud van zijn maag vlak naast het lichaam van zijn dode vrouw.
Godallemachtig! Die stank. Die vuiligheid.
Vervuld van afkeer, richtte hij zich op.
Julia! Verdomme, wat is hier gebeurd?
Maar Julia kon hem geen antwoord meer geven.
Hij wankelde onder een nieuwe golf van misselijkheid. Met moeite sleepte hij zich naar de badkamer op de eerste verdieping. In de tien minuten die volgden, braakte hij meerdere keren zijn hart uit zijn lijf. Toen het eindelijk voorbij was, leunde hij uitgeput op de rand van het bad. Hij zag zichzelf in de spiegel achter het bad die de hele wand besloeg: vuil, ongeschoren, wallen onder de ogen, bleek als de dood, een ruïne van de man die hij ooit was geweest.
Zelfs die laatste maanden van zijn leven gunde ze hem niet.
Bedankt hoor, Julia.
Leuke verjaardag.
|
| |
lees hier het vijfde deel >> |
|
|
|
|
|
|
|
|