Interview met Bob Mendes


Bob Mendes schrijft geen misdaadromans, zegt hij, maar 'factionthrillers'.

'Daarmee heb ik zonder het te beseffen zelf een nieuw genre bedacht.
Ik schrijf eigenlijk boeken die ik zelf graag wilde lezen.'
 
Je eerste boek verscheen toen je 55 was? Schreef je daarvoor al? Ja, maar dat waren bezwaarschriften voor de belastingen en koopwaarderingsverslagen voor raden van beheer.
Ik heb eigenlijk nooit fictie of non-fictie geschreven.
Op enkele gedichten na, toen ik 13 jaar oud was.
 
En waarom ben je op een bepaald moment gestopt met je werk als accountant? Als oorlogswees heb ik vroeg de school verlaten en ben ik reeds op mijn 14de gaan werken.
Toen ik de 50 naderde, vond ik dat ik al lang genoeg gewerkt had.
Ik had eigenlijk al een normale carrière achter de rug en ik nam me voor te stoppen met werken.
Maar niks doen zag ik niet zitten.
Ik reisde vaak en deed veel aan sport, maar dat volstond niet.
Ik moest nog iets geestelijks te doen hebben, en schrijven leek me wel wat.
 
Elk jaar verschijnt er een boek van jou.
Je bent duidelijk een heel productief schrijver.
Is daar een reden voor?
Blijkbaar is schrijven voor mij niet zo moeilijk.
Sommige boeken schrijven zichzelf.
Ik weet niet waarom ik na weer een jaar een boek af krijg.
Ik veronderstel dat ik, aangezien ik er niet voor gestudeerd heb, dan ook geen complexen heb.
Ik doe zoals ik denk dat het moet.
 
Kan jij leven van je pen? Ik zou nu kunnen leven van de pen.
Maar daar voeg ik onmiddellijk aan toe dat je, als succesvol accountant in Vlaanderen, over je hele carrière, veel meer geld zal verdienen dan als schrijver.
Als auteur hier, moet je in de eerste jaren hoe dan ook bijverdienen met iets dat niet met het creatieve schrijven te maken heeft.
De eerste keer dat ik bij Manteau kwam, ontmoette ik er Jef Geeraerts met een manuscript onder de arm.
Ik veronderstelde dat het een nieuw boek was, maar het bleek dat hij voor Manteau een vertaling ging maken.
Dat betekent dus drie maanden intensief werken.
En hij was een van de meest succesvolle auteurs in Vlaanderen.
Voor mij, die toen nog accountant was, was dat het levende bewijs dat je in Vlaanderen bijna onmogelijk van je pen kan leven en dat ik als schrijver niet meer ging verdienen.
 
Je werkte als accountant, nu ben je schrijver.
Is er niet een enorm contrast tussen die twee beroepen?
Toen dat eerste boek verscheen, was ik nog actief als accountant en in dat milieu vielen ze achterover.
Dat een accountant gaat schrijven, tot daar.
Maar dan een boek over economische of financiële problemen, toch geen thriller.
Het beroep van accountant lijkt saai, maar dat is niet zo.
Het is een zeer boeiend en moeilijk beroep.
Elke dag moet je je bijscholen.
Elke dag veranderen er wetten en komen er nieuwe bij.
De mensen komen steeds naar de accountant als ze advies willen.
Iedereen ziet die boekhouder in stofjas die cijfertjes in grote registers neerschrijft, als hij aan een accountant denkt.
Maar het tegendeel is waar.
Ik voelde me een soort economische detective: ik werkte voor grote bedrijven, gaf raad aan mensen, verbleef vaak in het buitenland.
Ik kwam dingen te weten die andere mensen nooit te weten komen.
Het was in ieder geval een goede basis om dit genre van boeken te gaan schrijven.
 
Dus je verleden als accountant helpt je wel om je research en onderzoek te doen voor je boeken nu? Ongetwijfeld.
Ik heb dus een nieuw genre gecreëerd, een subgenre van de literatuur.
Wanneer het eerste boek verscheen, vroegen journalisten mij waar ik het boek zelf onder klasseerde.
Ik wist het ook niet.
Het is een vermenging van feiten en fictie.
Ik las toen nog veel in het Engels, dus ik antwoordde: 'Facts en fiction, faction'.
Ik creëerde niet enkel een nieuw genre, maar ik gaf het ook een naam.
Nu weet iedereen wat faction is, dat is een boek in fictie geschreven, gesteund op ware feiten.
En dankzij mijn pragmatisch rekenkundig brein slaag ik erin zulke verhalen te schrijven.
 
Hoeveel tijd besteed je aan de research van een bepaald onderwerp? Daar kan ik nu echt niet op antwoorden.
Dat is natuurlijk meer tijd dan ik er zou aan willen besteden.
Ik kan nu niet zeggen dat dat het plezierigste onderdeel is.
Maar het is de research die voor inspiratie zorgt om de fictie te gaan verwerken.
 
Je boeken zijn steeds gebaseerd op waargebeurde, maar meestal ook omstreden feiten.
Is dat omdat zoiets goed verkoopt of heeft dat een andere reden?
Neen, ik was me daar niet van bewust.
Ik begon met het omschrijven van een belangrijke actuele gebeurtenis, die inderdaad omstreden was en waar niemand het fijne van wist.
De enige reden waarom ik het daarover wou hebben, was omdat ik, net als iedereen, wel wou weten hoe de vork in de steel zat.
Niet om goed te verkopen.
Als je wil verkopen, dan moet je volgens de populaire formule schrijven.
De klassieke misdaadthriller met altijd dezelfde personages, zoals in Mooi en Meedogenloos, zodat men weet met wie men te doen heeft.
Ten eerste is dat makkelijk om te schrijven, ten tweede moet je geen research doen, en ten derde is het dat wat het publiek wil.
 
En als je over die omstreden feiten schrijft, wil je dan ook iets aanklagen? Aanvankelijk schreef ik wel een beetje als 'the fighter for justice'.
Zo was ik altijd een beetje, misschien nog, maar eerlijk gezegd in mindere mate.
Mijn eerste boek dat ik over zo'n feit schreef was.
Een dag van schaamte rond het Heizeldrama.
Toen ik de 4 personen aanduidde die volgens mij schuldig waren, was ik de allereerste in het land die hen ook maar enigszins schuld toewees.
Het duurde vier jaar voor de media ook zover was.
Die drang om te kunnen zeggen wat anderen niet zeggen was altijd aanwezig, en de formule laat dat ook toe.
Faction is een reconstructie van waargebeurde feiten, waar ik een verzonnen verhaal doorheen schrijf met fictieve personages, of met reële personages met verzonnen namen.
Eerst ga ik research doen naar alle bekende feiten.
Met betrekkelijk weinig moeite kom ik achter dingen die het gewone publiek niet weet.
Alleen maar door alle zaken die wel verschenen zijn, naast elkaar te leggen.
Ze schrijven allemaal maar één ding tussen de regels, maar als je twintig artikels naast elkaar legt, dan krijg je een gans verhaal.
Ik gebruik een zeer wetenschappelijke en zeer gesofisticeerde Amerikaanse formule om precies te weten hoe alles in elkaar zit.
Die formule luidt als volgt: 'Wanneer het een staart heeft en daar af en toe mee kwispelt, wanneer het oren heeft die het af en toe spitst en als het daarbij af en toe blaft dan is het… een hond.' Zo simpel is het.
Ik ga op zoek naar een waarheid, ik schrijf dus niet de waarheid.
 
Eigenlijk ben je perfect ingedekt door je boeken.
Jij alleen kent de grens tussen werkelijkheid en fantasie, en je kan zonder meer mensen beschuldigen en aanwijzen en je verbergen achter het feit dat het maar een verhaal is.
Ik doe research naar werkelijk vaststaande feiten.
Wat we niet weten en wat we waarschijnlijk nooit zullen weten, omdat de schuldige dan zou moeten bekennen, vul ik in met mijn pragmatische rekenkundige geest van accountant.
Ik ben gewend een rekening te maken, die nooit fout mag zijn.
Ik ga dus niet iemand beschuldigen als dat niet blijkt uit de feiten die ik tegenover elkaar zet.
Het is uiteraard heel moeilijk om die grens te bepalen tussen waar fictie begint en waar de realiteit eindigt.
Maar dat is juist het boeiende.
Hoe fantasierijk mijn verhalen ook zijn, je blijft steeds achter met een gevoel van: dit zou wel eens zo gebeurd kunnen zijn.
En als je de lezer een boeiend boek geeft en stof tot nadenken, dan heb je als misdaadauteur, denk ik, veel bereikt.
 
Je schrijft vaak over macht.
In je vorige beroepen als accountant en als manager van een basketbalploeg zat je soms ook in een machtspositie.
Wat is je verhouding tot macht?
Ik ben erg gefascineerd door het fenomeen macht en misbruik ervan.
Ik liep al lang rond met het idee om een boek te schrijven over dat fenomeen.
Uiteindelijk is dat het boek.De kracht van vuurgeworden.
Als accountant werkte ik voor Duitse en Amerikaanse multinationals.
In opdracht van die grote bazen moest ik de Belgische dochterbedrijven controleren.
Ik kwam dus af en toe in contact met machtige personages en ik zag hoe zij hun macht uitoefenden.
Het fascineerde me, maar ik was het er niet steeds mee eens.
Mijn gevoel voor rechtvaardigheid protesteerde vaak.
Maar ik verdiende er mijn brood mee, dus ik moest zwijgen.
Dus nu schrijf ik erover om de wereld ervoor te behoeden.
 
Zou je zelf macht misbruiken? Ben je soms bang van jezelf als de macht in handen hebt? Moeilijk te zeggen.
Ik vermoed van niet, omdat ik door dat gevoel voor rechtvaardigheid wel altijd geneigd ben de zwakkere te beschermen.
Ook in mijn boeken is het steeds de kleine man, weliswaar met enig intellectueel niveau, die ten strijde trekt.
Hij wordt de speelbal van het noodlot en bestrijdt vervolgens de onrechtvaardigheid die hem is aangedaan.
Ik geloof niet echt dat ik macht zou misbruiken, maar ik denk dat het voor iedereen moeilijk is om op het ogenblik dat je die macht hebt, niet in de val te trappen om ze te misbruiken.
 
Je bent van joodse afkomst, en je vader verdween tijdens WO II.
Op welke manier ben je daar mee bezig?
In mijn eerste boeken heb ik nooit over mijn joodse afkomst willen schrijven.
Tot ik een jaar of vijf geleden, op een herdenkingsplechtigheid, uitgenodigd was om uit mijn dichtbundel voor te lezen.
Daar ontmoette ik Tobias Shiff, een overlevende van Auschwitz, die mijn dichtbundel, waarin ik het onder andere over de concentratiekampen heb, kende.
Die man wist mij te overtuigen dat het voor mij, met mijn enorm lezerspubliek, eigenlijk een soort plicht was een boek te wijden aan die problematiek van vervolgingen, machtsmisbruik, nazisme, enz.
Aanvankelijk wou ik het niet doen, omdat ik besefte dat ik daar zeker slapende honden mee wakker maakte Uiteindelijk deed ik het toch, ik schreef De smaak van vrijheid.
De proloog is voor een klein deel autobiografisch.
Het is nog niet echt het verhaal van de familie Mendes.
Misschien schrijf ik dat ooit wel.
Als ik dat doe, wordt het mijn laatste boek.
Daarom wil ik er nog een tiental jaren mee wachten.
 
Tijdens de research voor De smaak van vrijheid ben je waarschijnlijk in contact gekomen met mensen die heel pijnlijke verhalen te vertellen hadden. Ja, zeer pijnlijke zaken.
En het vreemde is, zolang ik eraan werkte, had ik er niet zo'n last van.
Ik was bezig met opzoekingen, praatte met slachtoffers, worstelde met de taal, moest een plot bedenken, enz.
Dat schiep een afstand.
Zodra het boek af was en ik mijn eerste interviews gaf, besefte ik plots wat ik gedaan had.
Het was alsof ik een monster had gecreëerd.
Ik realiseerde me plots hoe dicht ik iets had benaderd.
Die eerste interviews gaf ik echt met een krop in de keel.
Nu, zes maand later, is alles al weer wat bedaard.
 
In veel van je boeken zijn het sterke intelligente vrouwen die de oplossing brengen.
Is dat jouw beeld van de vrouw?
Inderdaad.
Dat is hoe ik de vrouw zie.
Ik geloof dat de vrouw over een enorme wijsheid beschikt, ook al toont ze dat niet altijd expliciet.
Sommigen in de gedaante van de dominante vrouw die de zwakke man domineert, anderen in de rol van de schijnbaar meegaande zwakke vrouw, die via een omweg toch altijd de man in een bepaalde richting stuurt.
Ik was me er niet van bewust dat ik steeds sterke vrouwen opvoer, tot een journaliste me er een keer op wees.
 
Waarom schrijf je onder een pseudoniem? Bob is de naam die ik draag sinds de oorlogsjaren.
Mijn naam is David Mendes.
Nu een gewone naam, maar toen, tijdens de oorlog, een echte joodse naam.
Bijna niemand hier heette toen zo.
Door alle anti-joodse propaganda van de Duitsers was het al voldoende om David te heten om in de problemen te geraken.
Bovendien waren zowel mijn vader als mijn oudere broers actief in het verzet.
Het was aangeraden om mijn naam te veranderen.
Het werd dus Bob, toen een heel Engels klinkende naam.
Als accountant werkte ik onder de naam R. D. Mendes, Robert David Mendes.
Toen ik begon te schrijven moest ik de keuze maken tussen Bob of David.
Mijn eerst gedichten, die ik schreef op mijn dertiende, zijn toen in een oppositiepamflet verschenen, getekend David De Mens, een akroniem van Mendes.
Ik heb er lang over nagedacht om die naam te gebruiken.
Nu heb ik er echt spijt van dat ik dat niet heb gedaan.
Soms zou ik het nu nog willen doen, maar dat aanvaarden uitgevers natuurlijk niet.
Vermoedelijk uit ijdelheid koos ik voor Bob Mendes, je wil aan de mensen die je kennen, wel laten weten dat je een boek hebt geschreven.
Maar ik vind het nog steeds jammer.
 
pagina terug terug naar boven

© copyright Bob Mendes, all rights reserved

Hosting & Webdesign by Linulex

Concept by Artchronicles